Je hebt €15.000 op je spaarrekening staan en je bankapp toont keurig je rente, maar een vriend vertelt je dat hij met een deposito een half procent meer pakt. Alleen: hij kan er twee jaar niet bij. Dat klinkt ongemakkelijk, zeker als je niet precies weet of je dat geld over anderhalf jaar misschien toch nodig hebt. De vraag is niet of een deposito beter is dan een spaarrekening, maar of vastzetten voor jou op dit moment verstandig is.
Het renteverschil in september 2026: wat scheelt het concreet?
Op dit moment liggen de rentetarieven voor spaarrekeningen bij de meeste Nederlandse banken tussen de 1,8% en 2,5% per jaar. Deposito’s met een looptijd van één jaar zitten gemiddeld rond de 2,8% tot 3,2%, en voor een looptijd van twee tot drie jaar kun je bij sommige aanbieders 3,3% tot 3,6% halen.
Op €15.000 maakt dat verschil concreet: bij 2,2% spaarrente verdien je €330 per jaar. Bij een depositorente van 3,1% is dat €465, dus €135 meer. Over twee jaar loopt dat verschil op naar zo’n €280 extra, exclusief rente-op-rente. Niet enorm, maar ook niet niks, zeker als je het bedrag groter maakt.
Bij €50.000 is het verschil al ruim €450 per jaar. Dan wordt vastzetten opeens een stuk interessanter, tenminste als je het geld echt kunt missen.
Wanneer een deposito wint
Er zijn situaties waarin vastzetten duidelijk de betere keuze is. Drie daarvan springen eruit.
Ten eerste: je hebt een groot bedrag dat nergens voor gepland staat. Denk aan een erfenis, een overwaarde die je tijdelijk parkeert of spaargeld waarvoor je nog geen bestemming hebt. Hoe hoger het bedrag, hoe groter het absolute rentevoordeel.
Ten tweede: je hebt al een noodfonds apart staan. Als je drie tot zes maanden aan vaste lasten achter de hand houdt op een gewone spaarrekening, is de rest van je spaargeld in principe beschikbaar voor vastzetten. Je loopt dan nauwelijks risico dat je het deposito vroegtijdig moet aanbreken.
Ten derde: je inkomen is stabiel en je verwacht geen grote uitgaven in de komende jaren. Geen verbouwing gepland, geen auto op komst, geen studie die je wilt financieren. Dan is de inflexibiliteit van een deposito weinig meer dan een psychologisch ongemak.
Wanneer een spaarrekening wint
Een spaarrekening wint niet op rente, maar op vrijheid. En die vrijheid heeft een prijs die je pas voelt als je hem mist.
Ben je in een onzekere periode, een nieuwe baan, een relatiebreuk, een woning die je wilt kopen, dan is liquiditeit goud waard. Het laatste wat je wilt is dat je geld vastzit terwijl jij een beslissing moet nemen.
Hetzelfde geldt als het om je noodfonds gaat. Dat geld hoort nooit vast te staan. Een noodfonds is er voor noodsituaties, en die kondigen zich niet aan. Een spaarrekening is dan de enige logische plek.
Ook als je weet dat er over anderhalf jaar een grote uitgave aankomt, zoals een bruiloft, een aanbetaling op een huis of een grote vakantie, is een deposito riskant. Je zit dan vast aan een looptijd die niet past bij je planning, en de boete bij vroegtijdig opnemen eet je rentevoordeel op.
De breekpuntcalculatie: reken het zelf uit
Je hoeft geen financieel expert te zijn om dit te berekenen. Zo doe je het in vier stappen.
Stap 1: Stel vast hoeveel geld je echt kunt vastzetten, dus boven op je noodfonds en verwachte uitgaven.
Stap 2: Bereken het jaarlijkse renteverschil. Depositorente min spaarrente, vermenigvuldigd met je inleg. Bij 0,9% verschil op €20.000 is dat €180 per jaar.
Stap 3: Schat de kans in dat je het geld tóch eerder nodig hebt. Is die kans reëel, dan moet je die €180 afzetten tegen het risico van een boete of financiële knel.
Stap 4: Als het rentevoordeel groter is dan het verwachte risico, en je kunt comfortabel zonder dat geld, loont vastzetten. Is de uitkomst twijfelachtig, kies dan voor de spaarrekening. Flexibiliteit heeft waarde die niet op je bankafschrift staat.
Valkuil: de boeteclausule in de kleine lettertjes
Veel mensen denken dat een deposito absoluut vastzit, maar dat klopt niet altijd. Sommige aanbieders laten vroegtijdig opnemen toe, maar rekenen dan een boete die vaak bestaat uit het mislopen van een deel van de rente, soms twee tot vier maanden rentevergoeding.
Lees dus altijd de voorwaarden voordat je tekent. Let specifiek op drie dingen: mag je tussentijds opnemen, wat kost dat precies, en geldt dat voor het volledige bedrag of alleen het deel dat je opneemt? Bij sommige deposito’s is gedeeltelijk opnemen helemaal niet mogelijk. Dan zit je pas echt vast.
Een andere valkuil: automatische verlenging. Je deposito loopt af, je doet niets, en het wordt stilzwijgend verlengd tegen een tarief dat lager ligt dan wat je vandaag elders kunt krijgen. Zet een herinnering in je agenda voor twee weken voor de einddatum, zodat je bewust kunt kiezen.
Looptijd kiezen: kort of lang?
De rentecurve is op dit moment relatief vlak voor deposito’s. Dat betekent dat het verschil in rente tussen een deposito van één jaar en een deposito van drie jaar kleiner is dan je misschien verwacht, soms maar 0,3% tot 0,5%.
Dat maakt kortere looptijden aantrekkelijk: je geeft weinig flexibiliteit op, maar pakt toch het grootste deel van het rentevoordeel. Een deposito van zes tot twaalf maanden is op dit moment voor veel mensen de beste balans.
Een deposito van twee tot vijf jaar is alleen verstandig als je er bijna zeker van bent dat de rente gaat dalen. Dan wil je je huidige tarief zo lang mogelijk vasthouden. Maar niemand weet dat met zekerheid. Kies bij twijfel dus liever voor een kortere looptijd en herbeoordeel dan opnieuw.
Combinatiestrategie: het beste van beide werelden
Je hoeft niet te kiezen tussen alles vastzetten of alles liquide houden. Een combinatie werkt voor veel mensen beter.
Een praktische verdeling: houd een tot twee maanden aan vaste lasten direct beschikbaar op je betaalrekening, zet drie tot zes maanden aan buffer op een gewone spaarrekening, en zet het resterende bedrag dat je echt niet nodig hebt op een deposito.
Stel je hebt €30.000 totaal spaargeld. Je maandlasten zijn €2.000. Dan houd je €2.000 op je betaalrekening, €6.000 tot €12.000 op een spaarrekening als buffer, en de resterende €18.000 tot €22.000 kun je overwegen vast te zetten. Dat is geen vaste formule, maar een vertrekpunt.
Checklist: vijf vragen die bepalen welke keuze bij jou past
- Heb je al een noodfonds van drie tot zes maanden aan vaste lasten op een vrij opneembare rekening? Zo niet, begin daar eerst mee.
- Verwacht je binnen de looptijd van het deposito een grote uitgave? Koop, verbouwing, studie? Dan is een spaarrekening veiliger.
- Is het bedrag dat je wilt vastzetten groot genoeg om het rentevoordeel betekenisvol te maken? Onder de €10.000 is het verschil voor veel mensen niet de moeite waard.
- Heb je de kleine lettertjes gelezen over vroegtijdig opnemen en automatische verlenging? Zo niet, doe dat eerst.
- Is je financiële situatie stabiel genoeg om het geld de komende looptijd te kunnen missen zonder stress? Eerlijkheid hierin scheelt je veel gedoe.
Of vastzetten de moeite waard is, hangt af van twee dingen: heb je een solide buffer vrij beschikbaar, en weet je redelijk zeker dat je het bedrag de komende periode niet nodig hebt? Zo ja, dan pakt een deposito je doorgaans meer rente op. Zo nee, dan is de flexibiliteit van een spaarrekening meer waard dan het renteverschil. Beide producten naast elkaar gebruiken is ook een optie: een deel vastzetten, een deel bereikbaar houden. Reken het breekpunt uit met je eigen bedrag en looptijd, en lees de boeteclausules voordat je tekent.