Ouder en kind zetten samen geld in een spaarpot Ouder en kind zetten samen geld in een spaarpot

Uitzet sparen voor je kind: zo pak je dat slim aan zonder geld te verspillen

Je zit op de kraamafdeling of thuis op de bank met een pasgeboren kind op schoot en iemand vraagt: ga je al sparen? Het voelt vroeg, maar over achttien jaar staat datzelfde kind aan het begin van een studie, een huurcontract of een rijbewijs, en dan is vroeg precies goed geweest. Het lastige is niet de intentie, maar de keuze: welke rekening, hoeveel per maand, op wiens naam, en wat zijn de fiscale gevolgen als het bedrag oploopt? Veel ouders kiezen pas iets als het kind al een paar jaar oud is, of openen een rekening die achteraf niet de beste optie blijkt. Dit artikel helpt je die keuze nu goed te maken.

Stap 1: Bepaal het doel én de horizon

Voordat je ook maar één euro opzijzet, moet je weten waarvoor. Dat klinkt voor de hand liggend, maar het doel bepaalt letterlijk welk instrument je kiest. Sparen voor een eerste auto over tien jaar vraagt een andere aanpak dan sparen voor een eigen woning over twintig jaar.

Denk in drie categorieën:

  • Studie of startersgeld over 16 tot 18 jaar: dit is de meest voorkomende variant.
  • Eerste auto of grote aankoop over 8 tot 12 jaar: kortere horizon, dus minder risico nemen.
  • Eigen woning of groot vermogen over 18 tot 22 jaar: langste horizon, meeste ruimte voor beleggingsrendement.

Kies één hoofddoel. Je mag later bijsturen, maar zonder doel kies je een gemiddeld instrument dat nergens optimaal voor is.

Stap 2: Reken terug van doel naar maandbedrag

Zodra je weet wat je wilt bereiken, reken je terug. Hieronder zie je drie doelbedragen met de bijbehorende maandinleg, zowel bij sparen (rekening houdend met een rente van ongeveer 2,5 procent per jaar) als bij beleggen (historisch gemiddeld rendement van 6 tot 7 procent per jaar, na kosten).

Doelbedrag Horizon Maandinleg bij sparen (2,5%) Maandinleg bij beleggen (6,5%)
€10.000 10 jaar €74 €58
€25.000 16 jaar €107 €69
€50.000 20 jaar €161 €85

Het verschil tussen sparen en beleggen over twintig jaar is enorm. Voor €50.000 betaal je bij beleggen bijna de helft per maand. Dat verschil komt volledig door rente-op-rente. Begin je vandaag met een pasgeboren kind, dan heb je alle tijd om dat effect te laten werken.

Stap 3: Kies het juiste vehikel per horizon

Bij een korte horizon van minder dan 8 jaar kies je een gewone spaarrekening op naam van het kind. Rentes liggen momenteel rond de 2 tot 2,5 procent bij de meeste aanbieders. Weinig risico, weinig rendement, maar het geld staat er als je het nodig hebt.

Bij een langere horizon van 8 jaar of meer is een kinderbeleggingsrekening verstandiger, waarbij je geld voor je laat werken door indexfondsen. Aanbieders als BrandNewDay, DEGIRO (voor ouders die zelf beleggen namens het kind) of de beleggingsrekeningen van grote banken bieden indexfondsen aan met lage kosten. Kies bij voorkeur een breed gespreide wereldindex en houd de jaarlijkse kosten onder de 0,5 procent. Een actief beheerd fonds met 1,5 procent kosten per jaar kost je over twintig jaar tienduizenden euro’s aan gemist rendement.

Een combinatie werkt ook goed: beleg het grootste deel voor de lange termijn en zet een klein buffer op een spaarrekening voor onverwachte kortetermijnwensen.

Stap 4: Open de rekening correct

Dit is waar de meeste ouders de fout ingaan. Vermogen op naam van het kind telt fiscaal mee bij de ouders in box 3, totdat het kind 18 jaar is. Dat betekent: als je €50.000 op een kinderspaarrekening zet, telt dit gewoon mee voor jouw vermogensrendementsheffing. Het maakt voor de belasting dus weinig uit of het geld op jouw naam staat of op die van je kind.

Zet de rekening op naam van het kind met jijzelf als wettelijk vertegenwoordiger. Zo houd je zeggenschap, staat het geld veilig buiten schuldeisers in extreme gevallen, en kun je op het juiste moment het beschikkingsrecht overdragen. Leg ook vast wie de rekening beheert als jij iets overkomt.

Stap 5: Stel een automatische maandopdracht in

Dit is het meest onderschatte onderdeel van het hele plan. Niet de hoogte van de inleg, niet de keuze tussen sparen of beleggen, maar de automatisering bepaalt of je het volhoudt. Mensen die handmatig overmaken, slaan maanden over. Mensen met een automatische opdracht bijna nooit.

Stel de opdracht in op de eerste werkdag van de maand, direct nadat je salaris is bijgeschreven, net als andere vaste uitgaven in je gezinsbudget. Zo voorkom je dat het geld al is uitgegeven voordat je aan de storting denkt. Behandel het als een vaste rekening, net als huur of verzekering. Je mist het geld na een paar maanden niet meer.

Stap 6: Verwerk grote eenmalige stortingen slim

Oma geeft elk jaar €200 voor de verjaardag. Sinterklaas levert misschien nog eens €100 op van de grootouders. Een belastingteruggave of een kleine erfenis kan opeens een paar duizend euro opleveren. Dit soort eenmalige bedragen kunnen je doel flink versnellen, maar alleen als je ze goed verwerkt.

De gouden regel: stort grote bedragen zo snel mogelijk door na ontvangst, en laat ze niet weken op je betaalrekening staan. Geld dat je ziet, geef je uit. Bij beleggen geldt bovendien dat direct inleggen statistisch gezien beter werkt dan wachten op het ‘juiste moment’. Spreiding over de tijd (maandelijks inleggen) werkt prima voor reguliere bedragen, maar voor een eenmalige meevaller is direct storten vaak slimmer.

Pas je maandopdracht niet aan na een grote storting. Het ritme blijft intact, de extra inleg is een bonus bovenop je vaste bedrag.

Stap 7: Evalueer elk jaar in januari en gebruik de landing strip

Een beleggingsrekening vraagt jaarlijkse aandacht. Plan elk jaar in januari een kwartier om te checken: staat het rendement op koers, zijn de kosten nog acceptabel, en moet je de risicoverdeling aanpassen?

Naarmate het doel dichterbij komt, schakel je geleidelijk over van beleggen naar sparen. Dat noem je de landing strip. Zit je nog vijftien jaar van het doel verwijderd, dan kan bijna alles in aandelen. Zit je nog drie jaar van het doel verwijderd, dan wil je een koersdaling van 30 procent niet meemaken. Een praktische vuistregel: begin 5 jaar voor het doel met het afbouwen van de aandelenportefeuille, elk jaar een deel omzetten naar de spaarrekening. Zo land je soepel zonder afhankelijk te zijn van de beursstemming op het verkeerde moment.

Stap 8: Regel de overdracht aan het kind

Dit is de stap die ouders het meest uitstellen, en dat is begrijpelijk. Je hebt jaren gespaard en je wilt niet dat het in een zomer verdampt aan festivals en impulsaankopen. Maar een 18-jarige heeft wettelijk recht op zijn eigen vermogen. Je kunt het niet tegenhouden, maar je kunt het wel goed voorbereiden.

Begin een paar jaar voor de achttiende verjaardag met het gesprek. Betrek het kind bij de voortgang: laat zien hoeveel er staat, wat het doel was en hoe het groeit. Kinderen die begrijpen hoe het geld is opgebouwd, gaan er zuiniger mee om dan kinderen voor wie het geld opeens uit het niets verschijnt.

Maak concrete afspraken over de bestemming. Geen juridisch bindend contract, maar een duidelijk gesprek: dit is voor je studie of voor je rijbewijs en een buffer. Overweeg om het bedrag in delen over te dragen in plaats van alles tegelijk. Geef op de achttiende verjaardag toegang tot de helft, en de rest een jaar later als het goed gaat. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn, het vraagt alleen om een eerlijk gesprek.

De kern is simpel: bepaal waarvoor je spaart, reken terug naar een maandbedrag dat past bij je budget, open de juiste rekening en zet een automatische overboeking klaar. Check wel van tevoren op wiens naam de rekening staat en wat de gevolgen zijn voor de vermogensrendementsheffing als het saldo flink oploopt. Wie dat eenmalig goed uitzoekt, hoeft er daarna nauwelijks meer naar om te kijken.